ECLI:NL:RVS:2007:BA5548
Raad van State · 11-05-2007 · zaaknummer 200608794/1
Inhoudsindicatie
Somalië / artikel 3 EVRM / categoriaal beschermingsbeleid / interim measures Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 6 januari 2006 in zaak no. 200508683/1; JV 2006/189) biedt, nu het besluit tot het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid gebaseerd is op de algehele situatie in Somalië, de enkele omstandigheid dat appellant in beginsel tot de categorie van personen behoort, op wie dat beleid van toepassing is, op zichzelf geen grond voor het oordeel dat de minister had moeten aannemen dat hij bij terugkeer naar Somalië het risico loopt als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Dat aan het besluit tot het voeren van voormeld categoriaal beschermingsbeleid mede de door de President van het EHRM ten aanzien van enkele Somalische vreemdelingen getroffen voorlopige maatregelen ten grondslag zijn gelegd, maakt dit niet anders.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
