ECLI:NL:RVS:2007:BA4511
Raad van State · 18-04-2007 · zaaknummer 200609014/1
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / bekendmaking besluit De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het besluit van 21 augustus 2002 aldus niet overeenkomstig artikel 3:41, tweede lid, van de Awb bekend is gemaakt. De minister heeft afdoende onderzoek verricht naar het adres van de vreemdeling in verband met de bekendmaking van het besluit. Daaruit is gebleken, naar niet is weersproken, dat de vreemdeling niet woonachtig was op het bij de minister laatst bekende adres en hij ook geen gemachtigde had. In beroep heeft de vreemdeling gesteld dat hij ten tijde van de bekendmaking van het besluit opnieuw in een penitentiaire inrichting verbleef in verband met een strafrechtelijke detentie. Hij heeft betoogd dat de minister geautomatiseerde informatiesystemen had moeten raadplegen om hem te traceren. Naar het oordeel van de Afdeling lag het evenwel niet op de weg van de minister een verdergaand onderzoek dan hij heeft verricht naar het verblijfadres van de vreemdeling te verrichten. Ingevolge artikel 4.37 van het Vreemdelingenbesluit 2000 dient een vreemdeling de minister immers zelf in kennis te stellen van adreswijzigingen. Dit heeft de vreemdeling niet gedaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
