ECLI:NL:RVS:2007:BA4353
Raad van State · 20-04-2007 · zaaknummer 200701508/1
Inhoudsindicatie
14-1 brief / aanvraag / belanghebbende / gemachtigde Bij de brief van 17 juli 2003 heeft [naam] van Vluchtelingenwerk AZC [plaatsnaam] de minister verzocht ten behoeve van de vreemdeling gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid en hem alsnog in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. [..] De brief van 17 juli 2003 is afkomstig van en ondertekend in opdracht van [naam], voornoemd. Daaruit blijkt niet dat deze of Vluchtelingenwerk AZC [plaatsnaam] handelde als gemachtigde van de vreemdeling. Voorts heeft voornoemde [naam] noch Vluchtelingenwerk AZC [plaatsnaam] gesteld belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bij het in die brief gedane verzoek te zijn. Omdat de brief van de minister van 6 november 2003 daarom geen afwijzing van enige aanvraag behelst en derhalve geen besluit is in de zin van de Awb is, heeft de minister het door de vreemdeling daartegen gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
