ECLI:NL:RVS:2007:BA3397
Raad van State · 11-04-2007 · zaaknummer 200607982/1
Inhoudsindicatie
Artikel 3 EVRM / eerdere standpunt / motiveringsgebrek Uit het door de minister in het besluit van 25 februari 2004 ingenomen standpunt en de daarmee samenhangende mededeling dat appellant vooralsnog niet naar Afghanistan zou worden uitgezet volgt dat de minister toen aannemelijk heeft geacht dat appellant bij terugkeer naar dat land een reëel risico zou lopen te worden onderworpen aan een door artikel 3 van het EVRM verboden behandeling. De minister heeft in het besluit van 30 december 2005 uiteengezet dat en waarom appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten aanzien van hem persoonlijk bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Daarbij heeft de minister evenwel nagelaten te vermelden in welk opzicht hij daarbij is teruggekomen van zijn eerdere standpunt dat wel sprake was van zodanige situatie en of, zo ja, in hoeverre gewijzigde omstandigheden een rol hebben gespeeld. De rechtbank heeft dat niet onderkend. In zoverre slaagt dit onderdeel van de grief. Voormeld motiveringsgebrek betekent evenwel niet dat de rechtbank het geschil ten onrechte niet beperkt heeft geacht tot de vraag of artikel 3 van het EVRM zich duurzaam verzet tegen de uitzetting van appellant. Die vraag is eerst aan de orde indien de minister er niet in slaagt het thans door hem ingenomen standpunt alsnog te voorzien van een deugdelijke motivering. In zoverre faalt dit onderdeel van de grief.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
