ECLI:NL:RVS:2007:BA1883
Raad van State · 19-03-2007 · zaaknummer 200607923/1
Inhoudsindicatie
Omvang van het geding / 8 EVRM / ambtshalve toetsing In grief 1 klaagt de minister dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu zij ambtshalve bekend is met het feit dat de minister in afwijking van jurisprudentie van de Afdeling bij het tegenwerpen van het niet beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) inhoudelijk aan artikel 8 van het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) toetst, het onduidelijk is waarom de minister in het bestreden besluit niet inhoudelijk heeft getoetst aan dat artikel. In het verlengde daarvan heeft de rechtbank het besluit van 20 februari 2006 wegens strijd met het in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde motiveringsbeginsel, vernietigd. Ingevolge artikel 8:69, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank uitspraak op grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Uit de stukken, waaronder het beroepschrift en het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting, kan niet worden afgeleid dat de vreemdelingen ter zake van het vorenstaande beroepsgronden hebben aangevoerd. De rechtbank is dan ook in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Awb buiten de grenzen van het geschil getreden door hetgeen haar ambtshalve bekend is inzake de handelwijze van de minister op dit punt in haar oordeel te betrekken. Dat de toetsing aan artikel 8 van het EVRM naar aanleiding van vragen van de rechtbank ter zitting wel aan de orde is geweest, maakt dat niet anders, nu de voorgedragen beroepsgronden tot het stellen van die vragen geen aanleiding gaven. Voorts behoort de beoordeling door de rechtbank als zij heeft gedaan, niet tot de door haar te verrichten ambtshalve toetsing, nu die beoordeling niet strekt tot toepassing van een voorschrift van openbare orde.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
