ECLI:NL:RVS:2007:BA1212
Raad van State · 12-03-2007 · zaaknummer 200607742/1
Inhoudsindicatie
Paspoort na inbeslagname in ongerede / omstandigheid laat onverlet dat de minister zich op de door hem vermelde gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet al het mogelijke heeft gedaan om in bezit van reisdocumenten te komen Door te overwegen dat de problemen die de vreemdeling ondervindt om reisdocumenten te verkrijgen mede voor rekening van de minister komen nu het door de Vreemdelingendienst in beslag genomen paspoort van de vreemdeling aldaar in het ongerede is geraakt, heeft de rechtbank miskend dat die omstandigheid onverlet laat dat de minister zich op de door hem vermelde gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet al het mogelijke heeft gedaan om in bezit van reisdocumenten te komen. Voor het oordeel dat de minister de gestelde problemen niet in redelijkheid niet als uitzonderlijke omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen heeft kunnen aanmerken, bestaat dan ook geen grond. In het besluit van 10 januari 2006 heeft de minister zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat de weigering om de vreemdeling vrij te stellen van het mvv-vereiste geen schending betekent van artikel 8 van het EVRM. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 oktober 2004 in zaak nr. 200403858/1; JV 2004/436), is met het stellen van het mvv-vereiste beoogd dat in het kader van de behandeling van de aanvraag om verlening van een mvv door de Minister van Buitenlandse Zaken wordt beoordeeld of is voldaan aan de vereisten voor gezinshereniging en of, indien blijkt dat een vreemdeling daaraan niet voldoet, artikel 8 van het EVRM er toe noopt dat de desbetreffende vreemdeling niettemin wordt toegelaten. Door te overwegen dat de minister wegens de verwachte langer dan gebruikelijke ontwrichting van het gezinsleven reeds bij zijn besluit om het mvv vereiste toe te passen nader had dienen te motiveren of er sprake zou kunnen zijn van strijd met artikel 8 van het EVRM, heeft de rechtbank miskend dat bij de beantwoording van de vraag of het niet voldoen aan het mvv vereiste aan de vreemdeling kon worden tegengeworpen voor die beoordeling geen ruimte is. Er is geen grond voor het oordeel dat de minister daarbij geen betekenis heeft mogen toekennen aan het feit dat de uit dat vereiste voortvloeiende verplichting Nederland te verlaten in beginsel tijdelijk van aard is. De grief slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
