Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2007:AZ9709

Raad van State · 15-02-2007 · zaaknummer 200607659/1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

DRC / vertrouwelijke informatie / Netwerk In de grieven, in hun onderlinge samenhang gelezen, klaagt de minister allereerst dat de rechtbank de in beroep aangevoerde beschuldiging, onder verwijzing naar een uitzending van het Nederlandse televisieprogramma Netwerk van 21 juni 2005, dat de Nederlandse overheid vertrouwelijke informatie uit asieldossiers van Congolese vreemdelingen aan de Congolese "Direction Générale de Migration" (hierna: de DGM) heeft verstrekt, ten onrechte bij haar beoordeling heeft betrokken. Aldus heeft de rechtbank, volgens de minister, miskend dat deze beschuldiging niet relevant, als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Vw 2000, is. De rechtbank heeft terecht overwogen dat voormelde, na het nemen van het besluit van 17 juni 2005 opgekomen, beschuldiging relevant kan zijn voor de beschikking omtrent de gevraagde verblijfsvergunning asiel. Daartoe is van belang dat de door de vreemdeling gestelde Congolese nationaliteit, nu die nimmer is bestreden, als uitgangspunt dient te worden genomen en de Nederlandse overheid, reeds vanaf de eerdere aanvraag van de vreemdeling van 26 september 2004, over haar asieldossier beschikt. De rechtbank heeft het aldus aangevoerde dan ook terecht ingevolge artikel 83, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 bij haar beoordeling betrokken. De grieven falen, voor zover deze de klacht betreffen dat de rechtbank ten onrechte voormelde beschuldiging in de beoordeling heeft betrokken. Voorts klaagt de minister in de grieven, in hun onderlinge samenhang gelezen, dat de rechtbank in voormelde beschuldiging ten onrechte aanleiding heeft gezien zijn besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd te achten. Daartoe heeft de rechtbank, volgens de minister, ten onrechte redengevend geacht dat hij bij brief van 22 juni 2005 (Kamerstukken II, 2004-05, 19 637, nr. 951) aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft medegedeeld dat naar aanleiding van voormelde uitzending van het Nederlandse televisieprogramma Netwerk een onderzoek wordt verricht, maar, naar de rechtbank is gebleken, de minister dit onderzoek in de zaak van de vreemdeling niet heeft verricht. Aldus heeft de rechtbank, volgens de minister, miskend dat zijn mededeling er toe strekte dat enkel in de zaken, die in die uitzending zijn behandeld, een onderzoek wordt verricht en dat uit het onderzoeksrapport van de Commissie feitenonderzoek uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo (hierna: de Commissie) van 6 december 2005 blijkt dat geen vertrouwelijke informatie aan de DGM is verstrekt. Bij voormelde brief van 22 juni 2005 heeft de minister medegedeeld dat een onafhankelijk onderzoek zal worden ingesteld, waarvan het doel is de in voormelde uitzending behandelde zaken te verifiëren alsmede de beschuldiging van het verstrekken van vertrouwelijke informatie uit asieldossiers aan de DGM te onderzoeken. Anders dan de rechtbank kennelijk heeft verondersteld, blijkt uit deze brief niet dat is medegedeeld dat ook in zaken van vreemdelingen met Congolese nationaliteit, die - zoals die van de vreemdeling - niet in deze uitzending zijn behandeld, een zodanig onderzoek wordt verricht. Uit voormeld rapport van de Commissie blijkt voorts dat in geen van de door Netwerk in de Democratische Republiek Congo aangetroffen documenten sprake is van vertrouwelijke informatie, zodat voormelde uitzending derhalve geen grond biedt voor het oordeel dat Nederlandse autoriteiten zodanige informatie aan de DGM hebben verstrekt. Nu de vreemdeling niet nader heeft onderbouwd op grond waarvan zij meent dat in haar geval vertrouwelijke informatie aan de DGM is verstrekt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister dit diende te onderzoeken, zodat evenmin grond bestaat voor het oordeel dat doordat zodanig onderzoek achterwege is gebleven het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. De rechtbank heeft dit miskend. De grieven slagen, voor zover deze de klacht betreffen dat de rechtbank ten onrechte aanleiding heeft gezien het besluit van de minister onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd te achten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.