ECLI:NL:RVS:2007:AZ8712
Raad van State · 05-02-2007 · zaaknummer 200607179/1
Inhoudsindicatie
Medische omstandigheden / specialistische behandeling / meest aangewezen land Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 april 2003 in zaak no. 200300974/1, JV 2003/250), is de uitoefening van de bevoegdheid, destijds neergelegd in artikel 3, vierde lid, van de Overeenkomst betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend, en thans in artikel 3, tweede lid, van de Verordening, behoudens de vereiste instemming, geheel aan de minister overgelaten en pleegt de minister daarvan slechts terughoudend gebruik te maken. Voor de gevallen, waarin een vreemdeling medische omstandigheden ten grondslag legt aan zijn beroep op die bepaling, strekt het door de minister gevoerde beleid er toe dat moet blijken dat de vreemdeling onder specialistische behandeling staat, dan wel deze behoeft, en dat Nederland het meest aangewezen land is om hem te behandelen, dan wel medische behandeling niet, dan wel niet afdoende, in het verantwoordelijke land zal kunnen plaatsvinden. Volgens een door appellant in beroep overgelegde brief van 7 augustus 2006 van de hem behandelend longarts is hij opgenomen vanwege meningitis tuberculosa, heeft hij dientengevolge last van hallucinaties, is hij voor zijn algemene dagelijkse behoeften afhankelijk van anderen, zou stress als gevolg van een uitzetting een negatieve invloed kunnen hebben, maar zijn er fysiek geen beperkingen voor transport. In deze medische informatie heeft de voorzieningenrechter terecht geen grond behoeven vinden voor het oordeel dat de minister zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat Nederland niet het meest aangewezen land is om hem te behandelen en dat niet aannemelijk is dat appellant niet ook in Oostenrijk een adequate behandeling kan ondergaan. Dat hij onder specialistische behandeling staat, is daarom onvoldoende om te oordelen dat de minister in dit geval niet, zonder daarover het BMA om nader advies te vragen, met de vereiste zorgvuldigheid tot het standpunt is kunnen komen dat aan de hiervoor vermelde beleidscriteria niet is voldaan. De grief faalt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
