ECLI:NL:RVS:2007:AZ7990
Raad van State · 29-01-2007 · zaaknummer 200609426/1
Inhoudsindicatie
Bewaring / tijdsverloop na eerdere inbewaringstelling / onderzoek Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen [..] behoort de rechtbank, indien een eerdere bewaring is opgeheven omdat geen zicht op uitzetting bestaat, bij een volgende inbewaringstelling te onderzoeken of, anders dan ten tijde van de opheffing van de eerdere bewaring, sprake is van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat zulk zicht nu niet ontbreekt. Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen [..] bestaat voor een onderzoek als vorenbedoeld in beginsel geen aanleiding, indien sinds het tijdstip van de opheffing van de eerdere bewaring een zodanig lange periode is verstreken dat, behoudens bijzondere omstandigheden, van een voor de beoordeling van het zicht op uitzetting relevante samenhang met de reden van de opheffing van de eerdere maatregel geen sprake meer is. Gelet op het tijdsverloop van twee jaar en twee maanden tussen de laatste opheffing van de eerdere vreemdelingenbewaring en de oplegging van de thans ter toetsing voorliggende maatregel is sprake van een lange periode als hiervoor bedoeld. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan de rechtbank niettemin onderzoek naar de eerdere bewaring had moeten verrichtten, zijn niet naar voren gebracht. Er bestond derhalve voor de rechtbank geen aanleiding om zodanig onderzoek te doen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
