ECLI:NL:RVS:2006:AX9569
Raad van State · 19-06-2006 · zaaknummer 200601672/1
Inhoudsindicatie
Middelenvereiste / tijdelijke (aaneensluitende) flexibele arbeidscontracten / artikel 8 EVRM. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in onder meer uitspraak 200300328/1 van 25 maart 2003, moet de vraag of de persoon bij wie de desbetreffende vreemdeling wil verblijven (de referent) duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt, worden beoordeeld naar het tijdstip van ontvangst van de aanvraag, het moment van het geven van de beschikking, dan wel op enig tussenliggend moment. Ook indien tijdelijke arbeidsovereenkomsten zonder onderbreking op elkaar aansloten, brengt dat niet mee dat middelen van bestaan, verworven uit die overeenkomsten, op een tijdstip of moment, als hiervoor bedoeld, voor een periode van nog ten minste een jaar beschikbaar zijn geweest. Overigens sloten de door de rechtbank vermelde arbeidsovereenkomsten ook niet zonder onderbreking op elkaar aan. Na gegrondverklaring van het hoger beroep en vernietiging van de uitspraak overweegt de Afdeling onder meer nog het volgende. De vreemdeling heeft nog betoogd dat de minister in verband met het beroep op artikel 8 EVRM heeft miskend dat zij Nederland met een geldige machtiging tot voorlopig verblijf is binnengekomen. Deze grond faalt evenzeer. Dat de vreemdeling na de verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor het desbetreffende verblijfsdoel Nederland op rechtmatige wijze is binnengekomen, brengt niet met zich dat de minister zich niet op het standpunt mocht stellen dat de belangenafweging in haar nadeel uitvalt. Daarbij heeft de minister mede in aanmerking mogen nemen dat niet is gebleken dat voor de referent objectieve belemmeringen bestaan voor het gezinsleven in Marokko. Verder stond ten tijde van het sluiten van zijn huwelijk geenszins vast dat de vreemdeling naar Nederland zou kunnen overkomen, zodat de vreemdeling en de referent geacht moeten worden te hebben aanvaard dat het gezinsleven zich niet in Nederland zou kunnen afspelen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
