ECLI:NL:RVS:2005:AT6992
Raad van State · 08-06-2005 · zaaknummer 200408900/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 juni 2004, kenmerk G620/4.0030330, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd wegens het overtreden van voorschrift 10.2 dat is verbonden aan de krachtens de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wm) aan appellante verleende vergunning van 17 juni 2003, kenmerk WM 365/96. De dwangsom is vastgesteld op € 10.000,- per keer dat voorschrift 10.2 op het spoorwegemplacement van appellante, gelegen op het perceel Stationsplein 1-5 te Nijmegen, wordt overtreden. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 50.000,-. Voor de last onder dwangsom gold een begunstigingstermijn van vier weken.
Rechters
Advocaten
- C. Mensink
- C.T.M. Bomers
- H.H. Luigies
- J.Y.M. Lafeber
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
