Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2005:AT5356

Raad van State · 04-05-2005 · zaaknummer 200503206/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 maart 2005, kenmerk RB-MIL/3895, heeft verweerder aan verzoeker lasten onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsommen, voorzover thans van belang, zijn vastgesteld op: - € 200,00 per keer dat afvalstoffen niet gescheiden worden gehouden en gescheiden worden afgegeven (voorschrift 1.3.2 van de bijlage behorende bij het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer (hierna: het Besluit)), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 1000,00; - € 50,00 per week dat de ontluchtingsleiding van de tanks niet buiten uitmondt (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.2.4, tweede zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 250,00; - € 500,00 per keer dat blanke dieselolie wordt afgeleverd aan motorvoertuigen voor het wegverkeer zonder dat een hiervoor geschikte tankplaats aanwezig is (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.2.12 van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 5000,00; - € 100,00 per week dat de deugdelijkheid van de lekbakken niet met een certificaat is aangetoond (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.3.2, vijfde zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 500,00; - € 100,00 per week dat de afstand van de lekbak tot brandgevaarlijke stoffen minder is dan 3 meter (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.3.3, derde en vierde zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 500,00; - € 100,00 per week dat de tanks niet aan alle zijden op een doelmatige wijze voor onderhoud en inspectie bereikbaar zijn (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.3.8 van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 500,00; - € 100,00 per keer dat mors- of lekvloeistof niet direct wordt verwijderd (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.4.7, tweede zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 500,00; - € 400,00 per keer dat gegevens van beproevingen, metingen of inspecties niet in het logboek van de desbetreffende tank zijn vermeld (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.4.8, eerste zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 2000,00; - € 50,00 per week per tank waarvan niet door een beproeving is aangetoond dat de tank vloeistofdicht is (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met voorschrift 4.5.5, laatste zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 250,00; - € 1200,00 per week per tank waarvan de gehele installatie niet onder druk is beproefd en voldoet aan de artikelen 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.5 van de richtlijn CPR 9-6 (voorschrift 2.1.5 van de bijlage behorende bij het Besluit in samenhang met artikel 4.5.12, tweede zin, van de richtlijn CPR 9-6), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 6000,00; - € 100,00 per keer dat op het bedrijf buiten de daarvoor bestemde opslagvoorzieningen spullen liggen die niet meer worden gebruikt (voorschrift 3.1.1 van de bijlage behorende bij het Besluit), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 1000,00; - € 75,00 per keer dat gemorste (gevaarlijke) afvalstoffen niet direct worden opgeruimd (voorschrift 3.1.2, eerste zin, van de bijlage behorende bij het Besluit), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 300,00, en - € 200,00 per keer dat de vereiste registraties, documenten of een kopie daarvan niet in een logboek zijn gevoegd (voorschrift 3.3.1 van de bijlage behorende bij het Besluit), met een maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd van € 1000,00.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van Houten

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van Houten

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.