ECLI:NL:RVS:2005:AT5344
Raad van State · 11-05-2005 · zaaknummer 200410265/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 april 2004, kenmerk DGWM/2004/2671, heeft verweerder aan appellant een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 5.000,00 per maand, dat de inrichting van appellant voor het be- en verwerken van autowrakken en de reparatie, opslag en in- en verkoop van gebruikte auto's en onderdelen, gelegen aan [locatie] te [plaats], zonder vergunning krachtens de Wet milieubeheer in werking is. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 60.000,00.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
