ECLI:NL:RVS:2005:AT4704
Raad van State · 27-04-2005 · zaaknummer 200408725/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 januari 2004, kenmerk DGWM/2003/17195, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 10.000 per keer dat het voorschrift P.1, verbonden aan de bij besluit van 14 juli 1994 krachtens de Afvalstoffenwet verleende vergunning voor haar inrichting op het adres [locatie] te [plaats], wordt overtreden. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 200.000.
Advocaten
- H.H. Luigies
- P.N. Neijmeijer
- R. den Hollander
- R.A.O. Gijsel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
