ECLI:NL:RVS:2005:AS8390
Raad van State · 23-02-2005 · zaaknummer 200410491/1 en 200410491/2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 juni 2004, kenmerk 1002732, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 1.000,00 per week dat de inrichting van appellante, gelegen op het adres [locatie] te [plaats], in strijd met artikel 8.1, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer in werking is vanwege de oprichting van een nieuwe loods, de uitbreiding van het terrein met 8000 m2, de verplaatsing van de weegbrug, de oprichting van een nieuw kantoorgebouw en de vervanging van drie mobiele kranen. Aan de last onder dwangsom is een begunstigingstermijn verbonden van zes weken. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 20.000,00.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
