ECLI:NL:RVS:2004:AR2530
Raad van State · 22-09-2004 · zaaknummer 200400556/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 maart 2003, kenmerk 2003-04125a/12/A.11, MTZ, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 2.500,00 per overtreding van artikel 17.2 van de Wet milieubeheer. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 25.000,00.
Advocaten
- J.G.W. Porre
- N.J.M. de Munnik
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
