ECLI:NL:RVS:2004:AQ6596
Raad van State · 19-07-2004 · zaaknummer 200403516/1
Inhoudsindicatie
Gelet op het algemeen ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken inzake Staatsburgerschaps- en vreemdelingenwetgeving in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie van 14 augustus 2002, acht de minister in de verklaringen van de vreemdeling omtrent zijn verleden onvoldoende grond gelegen om ervan uit te gaan dat hij niet van Russische nationaliteit is. Voorts heeft de minister in aanmerking genomen dat de vreemdeling niet heeft uiteengezet, waarom hij de Azerbeidzjaanse nationaliteit niet zou hebben. De voorzieningenrechter heeft dit standpunt ten onrechte niet terughoudend getoetst en voorts miskend dat de minister de aanvraag terecht heeft beoordeeld aan de hand van de stellingen van de vreemdeling over de in de Russische Federatie voorgevallen gebeurtenissen. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister op grond van voormelde feiten en omstandigheden niet in redelijkheid tot het standpunt is kunnen komen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij staatloos is en niet van Russische nationaliteit.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
