ECLI:NL:RVS:2004:AP0385
Raad van State · 01-05-2004 · zaaknummer 200403352/1
Inhoudsindicatie
Ter zitting is door verzoeker en verweerder desgevraagd verklaard dat de brief van verzoeker van 11 maart 2004 aan verweerder moet worden beschouwd als bezwaarschrift, gericht tegen het gedoogbesluit van verweerder van 8 maart 2004. Verweerder heeft verklaard deze brief alsnog als bezwaarschrift in behandeling te hebben genomen. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening is hangende dit bezwaar ingediend en heeft betrekking op dit besluit, aldus verzoeker ter zitting. Hun na de datum van het bezwaarschrift van 11 maart 2004 gevoerde correspondentie moet – wat daarvan verder ook zij – volgens verweerder en verzoeker niet worden beschouwd als vervolg op het bezwaarschrift van 11 maart 2004, en staat hier niet ter beoordeling. De Voorzitter ziet geen aanleiding om hierover anders te oordelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
