ECLI:NL:RVS:2004:AP0333
Raad van State · 26-05-2004 · zaaknummer 200401867/2
Inhoudsindicatie
Ten tijde van het instellen van het verzoek om voorlopige voorziening was de in de uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2004 gestelde termijn verstreken. Bovendien was op dat moment het besluit van 2 maart 2004 nog niet op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt, aangezien dit besluit eerst op 4 maart 2004 aan verzoeker is verzonden. Naar aanleiding van deze bekendmaking heeft verzoeker op 12 maart 2004 zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken onder gelijktijdig verzoek het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten verband houdende met de door hem aangespannen procedure. Nu het verzoek om voorlopige voorziening zich richtte tegen het niet tijdig nemen van een besluit en gelet op het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit door toezending hiervan aan verzoeker niet te vroeg is ingesteld, moet het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant geacht worden te zijn tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
