ECLI:NL:RVS:2004:AO7981
Raad van State · 14-04-2004 · zaaknummer 200401884/2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 september 2003, kenmerk 03.6024, heeft verweerder aan [verzoeker] een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 10.000,00 per maand, dat de bedrijvigheid op het perceel [locatie] te [plaats] niet is beëindigd. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 100.000,00. Voor de last geldt een begunstigingstermijn tot 1 november 2003.
Rechters
Advocaten
- P.P.A. Bodden
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
