ECLI:NL:RVS:2004:AO5172
Raad van State · 10-03-2004 · zaaknummer 200300932/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juni 2002, kenmerk RT-BM, heeft verweerder aan appellant een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom strekt tot beëindiging van de overtreding van het aan de vergunning van 21 juli 1998 verbonden voorschrift A.2.7 en is vastgesteld op € 50,00 per dag dat appellant geen bodemonderzoek heeft laten uitvoeren naar de bodem- en grondwaterkwaliteit bij ‘de verdachte gedeelten’ op het terrein van de inrichting van appellant. Het bodemonderzoek moet voldoen aan het protocol Nulsituatie/BSB-onderzoek. Het maximum van de te verbeuren dwangsommen is vastgesteld op € 5.000,00. Aan de last onder dwangsom is een begunstigingstermijn verbonden van vier weken.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
