ECLI:NL:RVS:2003:AW7380
Raad van State · 12-11-2003 · zaaknummer 200306904/1
Inhoudsindicatie
Overleggen gronden / artikel 85 Vw 2000. Appellant betoogt dat hij in strijd met artikel 94, tweede lid, Vw 2000 en anders dan door de rechtbank is overwogen binnen zeven dagen in persoon ter zitting van de rechtbank is verschenen, noch is gehoord. Een andere vreemdeling is volgens hem ter zitting aangevoerd. Ook betoogt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij ter zitting zijn personalia weer heeft gewijzigd. Uit de stukken, waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting in eerste aanleg, blijkt niet dat de hierboven vermelde stellingen namens appellant bij de rechtbank naar voren zijn gebracht. Dat dat voor het eerst in hoger beroep gebeurt, verdraagt zich niet met artikel 85 Vw 2000. Uit deze bepaling volgt dat de grieven in hoger beroep moeten blijven binnen de beoordeling van het bij haar bestreden besluit door de rechtbank, dan wel de beoordeling die zij, gelet op de daartegen bij haar aangevoerde gronden en de door haar te verrichten ambtshalve toetsing, behoorde uit te voeren. Nu hetgeen is aangevoerd daaraan niet voldoet, is geen sprake van grieven, als in deze bepaling bedoeld. Daarom is niet voldaan aan het eerste lid van artikel 85 Vw 2000.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
