ECLI:NL:RVS:2003:AO0913
Raad van State · 24-12-2003 · zaaknummer 200302388/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 31 oktober 2002, kenmerk GGZ\CC\, heeft verweerder aan appellant een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 200 per dag, ingaande op 2 mei 2003, dat de inrichting van appellant aan de [locatie] te [plaats] in werking is zonder de vereiste vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, en artikel 5.21 van de Provinciale milieuverordening Limburg wordt overtreden. Ter voorkoming van het verbeuren van de dwangsom dient de loskraan te worden verwijderd en dienen de aanwezige containers, de gasfles, de op de bodem aanwezige hoop puin en de losse hopen oud ijzer en schroot te worden verwijderd en afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 12.000.
Rechters
Advocaten
- A.A. van den Brand
- J.H.M. Linssen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Heel
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Heel
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
