ECLI:NL:RVS:2003:AN9709
Raad van State · 10-12-2003 · zaaknummer 200300688/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 juli 2002, kenmerk 2002-08542a/26/A.9,RMT, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 100,00 per keer, dat appellante in strijd met de vergunningvoorschriften in gebreke blijft een olielekkage te melden en op € 3000,00 per keer dat appellante geen adequate maatregelen heeft genomen om olieverontreinigingen te voorkomen dan wel ongedaan te maken. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op respectievelijk € 700,00 en € 21.000,00.
Advocaten
- H.H. Luigies
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
