ECLI:NL:RVS:2003:AI1194
Raad van State · 20-08-2003 · zaaknummer 200202757/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 november 2001, kenmerk MW2001.45164, heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op ƒ 5.000,00 (€ 2268,9) per keer dat wordt geconstateerd dat in strijd met de voorschriften I-1, I-1a en II-14, verbonden aan de bij besluit van 19 april 1983 krachtens de Hinderwet verleende vergunning, buiten de perioden genoemd in voorschrift IX-87, wrakken worden bewerkt en afgevoerd uit de inrichting respectievelijk op enig moment meer dan 250 wrakken binnen de inrichting aanwezig zijn. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op ƒ 25.000,00 (€ 11.344,51).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Gelderland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Gelderland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
