ECLI:NL:RVS:2003:AH8668
Raad van State · 25-06-2003 · zaaknummer 200202123/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 november 1998, kenmerk DWM/161390, heeft verweerder voor een periode van tien jaar krachtens de Afvalstoffenwet aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 33 van die wet verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor onder meer het inzamelen en het be- en verwerken van afvalstoffen die van derden afkomstig zijn, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Bij uitspraak van 11 juli 2001, no. E03.98.1757, heeft de Afdeling het voornoemde besluit vernietigd onder andere voorzover het voorschrift 9.11 betreft en bepaald dat verweerder binnen acht weken na datum van verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit hierover dient te nemen. Bij besluit van 27 februari 2002, kenmerk DWM/2002/1761, heeft verweerder een nieuw besluit genomen, waarbij hij, voorzover hier van belang, ten aanzien van het vernietigde voorschrift 9.11, verbonden aan de bij besluit van 25 november 1998 verleende vergunning, heeft besloten geen nieuw voorschrift over dit aspect op te nemen in de vergunning. Dit besluit is op 4 maart 2002 ter inzage gelegd.
Rechters
Advocaten
- F.P.J.M. Otten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
