ECLI:NL:RVS:2003:AH8663
Raad van State · 25-06-2003 · zaaknummer 200204761/1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 oktober 1996, nr. 96.15.507a/42/B.21, RRN, heeft verweerder appellant onder aanzegging van bestuursdwang gesommeerd de dijk op het perceel, kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nr. […], niet verder te ontgronden en het afgegraven dijkgedeelte vóór 1 januari 1997 in de oorspronkelijke situatie terug te brengen. Verder is appellant opgedragen de dijk in het voorjaar van 1997, doch in ieder geval vóór 1 juni 1997, weer met een passend graszaadmengsel in te zaaien.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
