Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2003:AF9235

Raad van State · 28-05-2003 · zaaknummer 200205043/1

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Met toepassing van art. 19.3 WRO jo. art. 20.1.e Bro 1985 kan geen bouwvergunning worden verleend voor het oprichten van bebouwing waarvan het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Bij besluit van 3 april 2001 hebben B&W vrijstelling verleend ex art. 19.3 WRO jo. art. 20.1.e Bro voor het gebruik van de begane grond van een pand als kantoorruimte en een bouwvergunning voor het veranderen van die kantoorruimte. In bezwaar is, in de lijn van de uitspraak van de president van de rechtbank van 26 april 2001, LJN url(''AB2696'',../../../uitspraak/showdetail_homepage.asp?ljn=AB2696) , url(''MS 2001, 245'',../../actueel/showdetail_homepage.asp?act=3953) waarin is geoordeeld dat in art. 20.1.e Bro 1985 slechts een mogelijkheid is gegeven van het verlenen van vrijstelling ten behoeve van het gebruik en niet van de bestemming als zodanig, de verleende bouwvergunning ingetrokken. De rechtbank vervolgens heeft geoordeeld dat voor de werkzaamheden wel bouwvergunning kan worden verleend met toepassing van art. 19.3 WRO jo. art. 20.1.e Bro 1985. Overwogen is dat de strijdigheid van het bouwplan met het bestemmingsplan is gelegen in de omstandigheid dat de benedenverdieping wordt verbouwd ten behoeve van een gebruik dat niet aan de gebruiksvooorschriften van het bestemmingsplan voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een redelijke wetstoepassing met zich dat met de onderhavige vrijstelling tevens een bouwvergunning kan worden verleend. Door verlening van vrijstelling van het gebruiksverbod wordt namelijk de strijdigheid van het gebruiksdoel met de op het perceel rustende bestemming opgeheven. Naar het oordeel van de rechtbank valt dan ook niet in te zien dat, indien de verleende vrijstelling voor het gebruik als kantoor de rechterlijke toets kan doorstaan, de verleende bouwvergunning (nog steeds) in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en de krachtens dat plan geldende gebruiksvoorschriften. (Redactioneel). In de onderhavige uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank aldus een onjuiste uitleg heeft gegeven aan art. 19.3 WRO gelezen in samenhang met art. 20.1.e Bro 1985. Met toepassing van deze bepalingen kan naar het oordeel van de Afdeling geen bouwvergunning worden verleend voor het oprichten van bebouwing waarvan het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Hoger beroepen gegrond. Het college van burgemeester en wethouders van Rheden. mrs. P.J. Boukema, P.A. Offers, B.J. van Ettekoven

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.