ECLI:NL:RVS:2003:AF8300
Raad van State · 07-05-2003 · zaaknummer 200205905/1
Inhoudsindicatie
Toepassing van een beleidsregel laat onverlet de verplichting dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Vrijstelling (19.3 WRO) en bouwvergunning voor vrijstaande garage/berging aan de achterzijde van de in de bebouwde kom gelegen woning. Verweerder heeft de wijze waarop het verlenen van vrijstellingen ex art. 19.3 WRO jo. art. 20.1.a.sub I Bro 1985, zal worden uitgeoefend neergelegd in een beleidsregel. Een beleidsregel wordt geacht in algemene zin het resultaat te zijn van een belangenafweging ex art. 3:4.1 Awb. De toepassing van de beleidsregel laat echter de in art. 3:2 Awb neergelegde verplichting dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen onverlet. Uit art. 4:84 in samenhang met art. 3:4.2 Awb vloeit immers voort dat het college moet onderzoeken of in het concrete geval een uitzondering moet worden gemaakt op de beleidsregel. In de onderhavige beleidsregel is, in onderdeel I, de gedragslijn vastgelegd dat vrijstelling wordt verleend, mits het bouwwerk in overeenstemming is met het (voor)ontwerpbestemmingsplan. De ABRS is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de onderhavige beleidsregel niet onredelijk is. Voor de bouwwerken waarop de beleidsregel ziet is geen ruimtelijke onderbouwing vereist. Daar komt bij dat niet valt in te zien dat de verlening van de vrijstelling niet afhankelijk mag zijn van de overeenstemming met een (voor)ontwerpbestemmingsplan. De beleidsregel ontsloeg het college echter niet van de verplichting om te beoordelen of er sprake was van bijzondere omstandigheden die noopten tot afwijking van de beleidsregel. In casu is de daartoe vergaarde kennis onvoldoende. Het besluit op bezwaar is derhalve genomen in strijd met art. 3:2 Awb. college van burgemeester en wethouders van Heusden, appellante. mrs. J.A.M. van Angeren, E.A. Alkema, D.A.C. Slump Deze samenvatting is tevens met een materieel selectiemotief opgenomen in deze Nieuwsbrief onder nummer 139.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
