ECLI:NL:RVS:2002:AF2063
Raad van State · 18-12-2002 · zaaknummer 200106370/1
Inhoudsindicatie
1. Vaste bestuurspraktijk kan in casu niet worden aangemerkt als bekendgemaakt beleid als bedoeld in art. III.2 van de Wet van 20 juni 1996 (Derde tranche Awb). 2. Rechtbank heeft om proceseconomische redenen niet kunnen bepalen dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen, doch had de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand moeten laten. Besluit van de raad waarbij aan de vereniging "Kanovereniging onder de Wadden" (hierna: de vereniging) een subsidie is verleend ten bedrage van ƒ 25.000,00/€ 11.344,51 voor de realisatie van een kleedaccommodatie en de aanvraag is afgewezen voorzover het betreft de realisatie van een kanoloods en een instructieruimte. Beroep van de vereniging is gegrond verklaard; rechtbank heeft bepaald dat de raad een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen. Hoger beroep van de raad heeft uitsluitend betrekking op het oordeel van de rechtbank inzake de weigering van subsidie ten behoeve van de kanoloods en de instructieruimte. Op grond van art. III, tweede lid, van de Wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Awb (Derde tranche Awb), Stb. 1996, 333, (hierna de Wet van 20 juni 1996) is art. 4:23.1 Awb gedurende vier jaren na de inwerkingtreding (op 1 januari 1998) van de Wet van 20 juni 1996 niet van toepassing op subsidies gelijksoortig aan die, welke door het betrokken bestuursorgaan reeds vóór de inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig bekendgemaakt beleid werden verstrekt. Van een dergelijke situatie is in dit geval geen sprake. De vaste bestuurspraktijk op grond waarvan de onderhavige subsidiëring heeft plaatsgevonden, kan niet worden aangemerkt als bekendgemaakt beleid als bedoeld in art. III, tweede lid, van de Wet van 20 juni 1996, aangezien deze praktijk niet in een besluit is opgenomen. Uit het vorenoverwogene volgt dat art. 4:23.1 Awb aan het verlenen van de door de vereniging gevraagde subsidie in de weg staat nu de verlening niet op een wettelijke grondslag berust en geen van de in de Awb genoemde uitzonderingen zich voordoet. De raad heeft bij de beslissing op bezwaar de weigering van de subsidie voor de kanoloods en/of de instructieruimte dan ook terecht gehandhaafd, zij het dat - zoals de Rb., zij het op andere gronden, terecht heeft geoordeeld - deze beslissing niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering en in zoverre in strijd met art. 7:12.1 Awb is genomen. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking, zij het met verbetering van gronden. Aangezien rechtens geen andere beslissing kon worden genomen dan het bezwaarschrift ongegrond verklaren, had de rechtbank om proceseconomische redenen echter niet kunnen bepalen dat de raad met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit neemt, doch had zij met toepassing van art. 8:72.3 Awb de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand behoren te laten. De raad van de gemeente Franekeradeel, appellant. mr. A.W.M. Bijloos
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
