ECLI:NL:RVS:2002:AE9881
Raad van State · 06-11-2002 · zaaknummer 200103621/1
Inhoudsindicatie
Commissie van Beroep en Specialisten registratie commissie van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde zijn geen bestuursorganen. Verzoek om als specialist door de Specialisten registratie commissie (SRC) van de NMT ingeschreven te worden. De Commissie van Beroep van de NMT heeft het tegen het uitblijven van een beslissing ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de SRC, noch de Commissie een bestuursorgaan was. Voor de beantwoording van de vraag of de SRC ten tijde van belang als bestuursorgaan moest worden aangemerkt, is bepalend of de beslissingen omtrent inschrijving in het specialistenregister werden genomen ter uitoefening van enig openbaar gezag. De SRC en de Commissie ontleenden destijds hun bestaan en hun bevoegdheden uitsluitend aan het Huishoudelijk Reglement van de NMT (verder: het reglement). Dit reglement was niet gebaseerd op enige wettelijke regeling. Evenmin was het door de Minister goedgekeurd. De NMT is een vereniging, die zich zonder grondslag in enige publiekrechtelijke regeling tot doel heeft gesteld de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en daartoe het reglement tot stand heeft gebracht. Eerst met de Regeling specialisten tandheelkunde van 19 maart 1998 is uitvoering gegeven aan art. 14 van de Wet Big en heeft de registratie van de specialisten tandheelkunde een wettelijke grondslag gekregen. Het betoog van appellant dat de SRC door het niet inschrijven in het specialistenregister zijn rechtspositie eenzijdig bindend heeft bepaald, omdat inschrijving aanspraak gaf op hogere vergoedingen voor tandheelkundige en orthodontische behandelingen, dan een reguliere tandarts daarvoor in rekening zou mogen en kunnen brengen, treft geen doel. Aan inschrijving in het specialistenregister of het achterwege laten daarvan zijn weliswaar ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg en het Verstrekkingenbesluit Ziekenfondsverzekering gevolgen verbonden, maar op het intreden van die gevolgen is de registratiebeslissing niet gericht. Ook het betoog van appellant dat de overheid de haar in art. 4 van de Richtlijn 78/686/EEG toebedeelde taak bewust aan een college als de SRC van de NMT heeft overgelaten en dat derhalve de registratiebeslissing tenminste indirect grondslag vindt in een wettelijk voorschrift, leidt niet tot de conclusie dat de inschrijvingsbeslissing de uitoefening van openbaar gezag inhoudt. De Richtlijn legt Nederland de verplichting op om bepaalde door andere Lid-Staten afgegeven diploma's, certificaten en andere titels te erkennen. In de praktijk werden de uit de Richtlijn voortvloeiende verplichtingen vervuld door de SRC van de NMT door middel van een privaatrechtelijke regeling. Zo de implementatie van de Richtlijn aldus niet op juiste wijze heeft plaatsgevonden, kan dat echter niet afdoen aan het privaatrechtelijk karakter van de regeling van de NMT. Gelet op het vorenstaande, faalt het betoog van appellant dat de SRC van de NMT ten tijde van belang een bestuursorgaan was. Evenmin kan de Commissie als een zodanig bestuursorgaan worden aangemerkt. Van opgedragen overheidstaken of van toegekende publiekrechtelijke bevoegdheden was geen sprake. Dat een aantal leden van de Commissie volgens het reglement door de Minister wordt benoemd, is daarvoor niet voldoende. Hoger beroep ongegrond. De Commissie van Beroep van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT). mrs. R.W.L. Loeb, M. Vlasblom, H.G. Lubberdink
Advocaten
- M.B. de Witte-van den Haak
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
