ECLI:NL:RVS:2002:AE9215
Raad van State · 23-10-2002 · zaaknummer 200104500/1
Inhoudsindicatie
Afzien van instellen hoger beroep en afwachten van nieuwe beslissing op bezwaar vormt geen beletsel om door de rechtbank verworpen grieven opnieuw bij de rechter naar voren te brengen. Vernietiging bij uitspraak van 4 januari 2001 van beslissing op bezwaar, waarbij besluit tot intrekking van ontheffing voor plaatsing van reclamebord is gehandhaAfdeling Bij die uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het aan de intrekking ten grondslag liggende standpunt dat de reclamevergunning schadelijk is voor de schoonheid van het landschap in de beslissing op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. De overige beroepsgronden van appellante heeft de rechtbank verworpen. Tegen de nieuwe beslissing op bezwaar heeft appellante beroep ingesteld, waarover de rechtbank op 26 juli 2001 uitspraak heeft gedaan. Het hoger beroep is in de eerste plaats gericht tegen het oordeel van de rechtbank (redactie: in de 2e uitspraak, van 26 juli 2001) dat, nu tegen de uitspraak van 4 januari 2001 geen rechtsmiddelen zijn aangewend en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, er vanuit moet worden gegaan dat de overwegingen strekkende tot verwerping van de beroepsgronden van appellant, jegens partijen bindend zijn en in het beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar nog slechts ter beoordeling staat de vraag of B&W op juiste wijze uitvoering hebben gegeven aan de uitspraak van 4 januari 2001. Appellante meent dat voor deze beperking geen aanleiding bestaat, aangezien de eerdere beslissing op bezwaar was vernietigd. Appellante bestrijdt terecht de aldus door de rechtbank aangebrachte beperking van de omvang van het geschil. Zoals de Afdeling reeds in haar uitspraak van 23 maart 1995 (AB 1996/262, LJN ZF1905), heeft overwogen vormt het afzien van het instellen van hoger beroep en het afwachten van de nieuwe beslissing op bezwaar geen beletsel om door de rechtbank verworpen argumenten opnieuw bij de administratieve rechter naar voren te brengen. Om proceseconomische redenen ziet de Afdeling ervan af de aangevallen uitspraak, waarin met voormelde jurisprudentie ten onrechte geen rekening is gehouden, om deze reden te vernietigen en de zaak voor een volledige behandeling naar de rechtbank terug te wijzen. Nu appellante haar oorspronkelijke beroepsgronden in het tweede geding bij de rechtbank heeft herhaald, gaat de Afdeling er vanuit dat hetgeen de rechtbank dienaangaande in haar uitspraak van 4 januari 2001 heeft overwogen, in de aangevallen uitspraak als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Burgemeester en wethouders van Hoogeveen. mrs. E. Korthals Altes, J.A.M. van Angeren, J.E.M. Polak
Advocaten
- A.A. Robbers
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
