ECLI:NL:RVS:2002:AE9190
Raad van State · 23-10-2002 · zaaknummer 200100854/1
Inhoudsindicatie
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Afdeling gebleken dat de vergunning mede betrekking heeft op de mogelijke lozing van zwarte-lijststoffen als bedoeld in Lijst 1 van de bijlage bij de Richtlijn 76/464/EEG. Ingevolge het bepaalde in artikel 3, vierde lid, van deze richtlijn, op welke bepaling appellante geacht mag worden zich te hebben beroepen en die in het onderhavige geval rechtstreekse werking heeft, mag een vergunning voor de lozing van dergelijke stoffen slechts voor een beperkte duur worden verleend. Aangezien de geldigheidsduur van de bij het bestreden besluit verleende vergunning niet is beperkt, is in zoverre in strijd met de richtlijn gehandeld. Hieruit volgt dat het besluit moet worden vernietigd voorzover daarbij de vergunning niet voor een beperkte duur is verleend.
Advocaten
- L.P.A. Zwijnenberg
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
