Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2002:AE8990

Raad van State · 16-10-2002 · zaaknummer 200102835/1

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Rechtskracht van Structuurschema Groene Ruimte vervallen. Bouwplan niet in strijd met het in het SGR neergelegde nationaal ruimtelijk beleid. Vrijstelling en verlening bouwvergunning met toepassing van art. 19 WRO, zoals dat tot 3 april 2000 luidde, voor het vergroten en uitbreiden van een hotel met 36 kamers. Met betrekking tot de vraag of de uitbreiding een aantasting vormt van het in het SGR neergelegde nationaal ruimtelijk beleid, overweegt de Afdeling het volgende. Het SGR is een planologische kernbeslissing als bedoeld in art. 2a WRO. Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, 6 november 2000, was de rechtskracht van het SGR vervallen. De Minister van VROM heeft de geldingsduur van het SGR immers niet tijdig verlengd. De rechtskracht van het SGR is voorts ook niet verlengd door de Wet rechtskracht diverse planologische kernbeslissingen. Gelet hierop en gezien de omstandigheid dat de minister de Voorzitter van de Tweede Kamer bij brief van 30 september 1999 (Tweede kamer, vergaderjaar 1999-2000,22 880, nr. 41) te kennen heeft gegeven dat hij een herziening van het SGR nodig en gewenst acht en dat delen van het SGR niet verlengd kunnen worden omdat deze niet meer voldoen aan de eisen die aan (het beleid voor) het landelijk gebied worden gesteld, is de Afdeling van oordeel dat het betoog van appellant dat het bestemmingsplan, gelet op het in de SGR neergelegde ruimtelijk beleid, waarschijnlijk niet onherroepelijk zal worden, faalt. Overigens zij nog opgemerkt dat niet aannemelijk is dat de uitbreiding van het hotel met 36 kamers een dusdanige uitstraling op het omliggende natuurgebied zal hebben dat de ecologische en landschappelijke waarden van dit gebied zullen worden aangetast, zodat niet staande kan worden gehouden dat het bouwplan in strijd is met het in het SGR neergelegde nationaal ruimtelijk beleid. Gelet op het voorgaande dient de vraag of aangenomen moet worden dat het bestemmingsplan op voor het bouwplan relevante onderdelen met een grote mate van waarschijnlijkheid niet onherroepelijk zal worden, ontkennend te worden beantwoord. De president is terecht tot het oordeel gekomen dat B&W in redelijkheid vrijstelling konden verlenen voor de uitbreiding. Hoger beroep ongegrond. Burgemeester en wethouders van Soest. Mrs. P. van Dijk, P.A. Offers, J.E.M. Polak

Advocaten

  • G.C.W. van der Feltz
  • M.R. Oranje

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.