ECLI:NL:RVS:2002:AE8000
Raad van State · 25-09-2002 · zaaknummer 200104359/1
Inhoudsindicatie
Inmenging in privéleven als gevolg van het verificatieonderzoek, is, gelet op het bepaalde in het tweede lid van art. 8 EVRM, in algemene zin gerechtvaardigd te achten. Weigering legalisatie Ghanese echtscheidingsakte. Appellant betoogt tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat het door de minister gevoerde legalisatie- en verificatiebeleid een schending betekent van art. 8.1 EVRM, voor zover daarin is bepaald dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven. Zo al sprake is van een inmenging in het privéleven van appellant als gevolg van het verificatieonderzoek, is dat, gelet op het bepaalde in het tweede lid van art. 8 EVRM, in algemene zin gerechtvaardigd te achten ter bescherming van onder meer de rechten en vrijheden van anderen en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, indien het ter legalisatie overgelegde document niet voldoet aan de inhoudelijke vereisten om tot de Nederlandse rechtsorde te kunnen worden toegelaten. De Minister van Buitenlandse Zaken mrs. R.H. Lauwaars, B. van Wagtendonk, E.A. Alkema
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
