ECLI:NL:RVS:2002:AE6489
Raad van State · 14-08-2002 · zaaknummer 200003923/1
Inhoudsindicatie
Belangenafweging art. 174.1 Gemeentewet; niet in alle gevallen waarin schuld van de bewoner(s) is aangetoond noch aannemelijk geworden kan slechts tot woningsluiting worden overgegaan indien deze gepaard gaat met het aanbieden van andere woonruimte. Algehele sluiting van zolderetage waarvan betrokkene huurder is voor de periode van één jaar. De grieven van de burgemeester richten zich tegen het oordeel van de president dat, indien vaststaat dat een bewoner van een met toepassing van art. 174a.1 Gemeentewet te sluiten woning geen schuld heeft aan de tot sluiting aanleiding gevende situatie, dan wel wanneer niet aannemelijk is dat de bewoner daaraan schuld heeft, een bevel tot sluiting rechtens slechts mag worden gegeven indien dit gepaard gaat met het aanbieden aan de bewoner van andere, gelet op alle relevante omstandigheden passende woonruimte. De ABRS stelt voorop dat bij de toepassing van art. 174a.1 Gemeentewet overeenkomstig de artt. 3:2 en 3:4.1 Awb de relevante belangen dienen te worden onderzocht en afgewogen. In dat kader kunnen zich in een voorkomend geval omstandigheden voordoen op grond waarvan, hoewel het algemeen belang de sluiting van de woning vordert en daarmee een inbreuk op het woonrecht van de bewoner(s) in beginsel is toegelaten, het onredelijk is zonder enige vorm van compenserende maatregelen de nadelige gevolgen daarvan geheel voor rekening te laten van de bewoner(s). Bij de vraag of de (voorgenomen) sluiting onredelijk dan wel onevenredig is kan schuld of onschuld van de bewoner(s) van de woning aan de verstoring van de openbare orde een factor van betekenis zijn. Onjuist is echter het oordeel van de president inhoudende dat in alle gevallen waarin schuld van de bewoner(s) is aangetoond noch aannemelijk geworden slechts tot woningsluiting kan worden overgegaan indien deze gepaard gaat met het aanbieden van andere woonruimte. Bevestiging, onder verbetering van gronden, van uitspraak President rechtbank Rotterdam inzake nos. VGEMWT 99/1821-SIMO en GEMWT 99/1822-SIMO, opgenomen onder url(''LJN: AA7424'',../../uitspraak/showdetail_homepage.asp?ljn=AA7424) . De burgemeester van Rotterdam, appellant. mrs. J.AE. van der Does, J.A.M. van Angeren, B.J. van Ettekoven
Advocaten
- L.J. van Die
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
