Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2002:AE5077

Raad van State · 10-07-2002 · zaaknummer 200102678/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ontoelaatbare afwijking van beleidsregels en van art. 4.1.e Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen ten behoeve van glastuinbouwbedrijven. Afwijzing aanvraag om tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS). De in de beleidsregels gepubliceerde formule A-D is een uitwerking van het begrip teeltplanschade zoals het is omschreven in voornoemd art. 4.1.e WTS en is ook anderszins niet in strijd met het recht. Niet gesteld kan worden dat de beleidsregels niet mede ten behoeve van glastuinbouwbedrijven zijn opgesteld. Niet gebleken is dat de teelt door glastuinbouwbedrijven zodanig afwijkt van andere teelt dat de in de beleidsregel gepubliceerde formule A-D daarvoor niet is toe te passen. Niet valt in te zien waarom het schadepercentage (factor B in de formule A-D) niet eventueel, net als appellant bij veel andere bedrijven doet, door middel van een schatting kan worden vastgesteld. De term redelijkerwijs in art. 4.1.e WTS biedt daarvoor voldoende mogelijkheid. De door appellant bij de vaststelling van de schade bij glastuinbouwbedrijven gehanteerde formule A-G wijkt af van de in de beleidsregel gepubliceerde formule A-D. De formule A-G bevat immers nieuwe elementen die in de beleidsregel niet zijn opgenomen. Voorts wordt uitgegaan van het gehele teeltareaal in plaats van de oppervlakte van het teeltareaal dat schade heeft ondervonden. Bij hantering van de formule A-G steunt de schadevaststelling, met name voor wat betreft het schadepercentage (factor B in de formule A-D) voor een aanzienlijk deel op gerealiseerde opbrengsten uit het verleden. Dit heeft onder meer tot gevolg dat anders dan bij toepassing van de formule A-D, bij toepassing van de formule A-G de schade negatief kan zijn. Dit moet als een ontoelaatbare afwijking van de beleidsregels alsmede van art. 4.1.e WTS worden beschouwd. Het betoog van appellant dat afwijking van de beleidsregels was toegestaan kan reeds niet slagen omdat het bestuursorgaan dat de beleidsregels heeft vastgesteld geen belanghebbende in de zin van art. 4:84 Awb is. Indien appellant van mening is dat voor een bepaalde categorie bedrijven strikte toepassing van de beleidsregels leidt tot een resultaat dat het doel van het beleid en de onderliggende regelgeving voorbijschiet, kan hij niet met toepassing van art. 4:84 Awb van de beleidsregels afwijken, maar zal hij de beleidsregels moeten wijzigen. Hoger beroep van rechtbank ’s-Gravenhage d.d. 24 april 2001, opgenomen onder LJN AB2689. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, appellant. mrs. J.A.E. van der Does, P.A. Offers, J.A.M. van Angeren

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.