Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2002:AE5070

Raad van State · 10-07-2002 · zaaknummer 200002635/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Geen publiekrechtelijke rechtsgrond aanwezig voor vordering wettelijke rente ter zake van terugvordering ten onrechte verstrekte subsidie. Terugvordering van ten onrechte toegekende subsidies, vermeerderd met wettelijke rente. Er is in dit geval geen publiekrechtelijke grondslag voor het vorderen van wettelijke rente. Het ongeschreven recht, noch een analoge toepassing van het burgerlijk recht kan zo'n bevoegdheid in het leven roepen. Weliswaar is in het bestuursrecht het beginsel aanvaard dat wat onverschuldigd is betaald, kan worden teruggevorderd, maar dit beginsel heeft slechts bestuursrechtelijke gevolgen wanneer zijn werking zich doet gevoelen in door het bestuursrecht beheerste verhoudingen, zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 21 oktober 1996, H01.96.0142 (AB 1996/496; opgenomen onder LJN ZF2335). Indien, zoals in dit geval, een toegekende subsidie wordt ingetrokken, kunnen onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten worden teruggevorderd op basis van de bevoegdheid de subsidie toe te kennen, aangevuld door de werking van het beginsel dat wat onverschuldigd is betaald, kan worden teruggevorderd. De vordering van wettelijke rente vindt daarentegen geen grondslag in de bevoegdheid subsidie toe te kennen en valt derhalve buiten een door het bestuursrecht beheerste rechtsverhouding. Een dergelijke vordering kan slechts worden gebaseerd op het burgerlijk recht. Dit is alleen anders indien een specifieke publiekrechtelijke grondslag kan worden aangewezen. Weliswaar wordt in het Voorontwerp Awb Vierde Tranche van de Commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht, Den Haag 1999, in Titel 4.4. een regeling voorgesteld voor bestuursrechtelijke geldschulden, waarin afdeling 4.4.2 bepalingen omvat terzake van verzuim en wettelijke rente, maar hierover heeft de wetgever nog niet beslist. B&W konden betrokkene niet de verplichting opleggen om ƒ 205.696,17 (€ 93.340,85) aan wettelijke rente te betalen en bepalen dat deze zal oplopen, totdat hij de hoofdsom, alsmede de alsdan verschuldigde wettelijke rente, volledig heeft voldaan. Ongegrond hoger beroep. Burgemeester en wethouders van Leeuwarden, appellanten. mrs. R.W.L. Loeb, E.M.H. Hirsch Ballin, P.A. Offers Hoger beroep van rechtbank Leeuwarden d.d. 21 april 2000, databank opgenomen onder LJN AA5793 Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 Subsidieverordening Stads- en Dorpsvernieuwing 1986/1989 Besluit Woninggebonden Subsidies

Advocaten

  • T.H. Pasma

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.