ECLI:NL:RVS:2002:AE4306
Raad van State · 19-06-2002 · zaaknummer 200101506/1
Inhoudsindicatie
Weigering inzage in notulen van besloten vergaderingen van het Productschap. Ingevolge art.10 Wbo zijn de leden van de SER en hun plaatsvervangers verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen, welke zij in hun hoedanigheid vernemen, en voorts van alle aangelegenheden, ten aanzien waarvan de Raad of de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Ingevolge de artt. 75 en 85 Wbo is deze bepaling van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het bestuur en de leden van het dagelijks bestuur van een bedrijfslichaam, zoals een productschap. Art. 10 Wbo moet niet worden aangemerkt als een regeling inzake openbaarmaking en geheimhouding, welke als bijzondere regeling voorrang heeft boven de WOB. Gelet op de tekst van deze bepaling alsmede de plaatsing ervan in paragraaf 2 van het eerste hoofdstuk van deze wet, welke paragraaf betrekking heeft op de samenstelling en inrichting van de Sociaal-Economische Raad, is de ABRS, in de lijn van haar eerdere uitspraak van 3 maart 1997 inzake no. R03.93.2393 (AB 1997/188), van oordeel dat art. 10 Wbo enkel een verplichting tot geheimhouding schept voor de leden van de Raad en hun plaatsvervangers jegens de Raad en de voorzitter van de Raad. Voor het Productschap heeft art. 10 Wbo slechts gelding voor de leden van het (dagelijks) bestuur en hun plaatsvervangers. Het bepaalde in dit artikel ziet niet op de verhouding tussen de verzoeker om informatie en het bestuur. De weigering is mede gebaseerd op art. 10.2.g Wob. Daartoe is overwogen dat het specifieke belang van het Productschap bij niet-openbaarmaking van de notulen is gelegen in het hebben van de mogelijkheid om in beslotenheid vertrouwelijk te kunnen vergaderen. Naar het oordeel van de ABRS valt niet in te zien dat dit belang zich in dit geval voordoet. Bij voorbaat staat immers niet vast dat al hetgeen in een besloten vergadering aan de orde komt, zonder meer geheim moet blijven en dat de notulen van besloten vergaderingen daarom per definitie geheim te houden stukken zijn. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat niet is gebleken dat het bestuur is nagegaan of het belang waarop hij zich beroept, niet voldoende kan worden beschermd door anonimisering of beperking van de openbaarmaking tot gedeelten van de notulen. Gegrond hoger beroep. Het bestuur van het Productschap Diervoeder. mrs. P.J. Boukema, E. Korthals Altes, D.A.C. Slump
Advocaten
- J.H. van Gemund
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
