ECLI:NL:RVS:2002:AE2783
Raad van State · 22-05-2002 · zaaknummer 200103436/1
Inhoudsindicatie
Anders dan in eerdere uitspraak, oordeelt de Afdeling thans dat polissen niet worden gerekend tot vermogen in de zin van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. Afwijzing toevoegingsverzoek. In geschil is de vraag of de waarde van de koopsompolissen van appellant al dan niet in aanmerking dient te worden genomen bij de bepaling van zijn vermogen. Blijkens de NvT op het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand bevat art. 9.1 een in beginsel limitatieve opsomming van bezittingen die bij de vermogensvaststelling betrokken dienen te worden, bij welke opsomming aansluiting is gezocht bij de vermogensbelasting. Bezittingen die voor de vermogensbelasting buiten beschouwing blijven, zoals “huisraad, voorwerpen van kunst en wetenschap, bepaalde levensverzekeringspolissen en niet ingegane lijfrenten” blijven ook bij de vaststelling van het vermogen in het kader van de rechtsbijstand buiten beschouwing, aldus de Nota. De polissen van appellant moeten worden geduid als (deels) kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule en (deels) lijfrenteverzekeringen. Anders dan zij heeft overwogen in haar uitspraak van 31 mei 1999, inzake H01.98.1275 (MS 1999, 277), is de Afdeling thans van oordeel dat, nu blijkens de NvT aansluiting is gezocht bij de vermogensbelasting, de polissen niet tot het vermogen als vorenbedoeld kunnen worden gerekend. Het moet er voor worden gehouden dat de in geding zijnde polissen, gelet op art. 8.1.b Wet op de vermogensbelasting 1964, in samenhang met art. 45.1.g Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals deze wetten ten tijde van de totstandkoming van het Besluit luidden, niet tot de bezittingen in de zin van de Wet op de vermogensbelasting 1964 worden gerekend. Blijkens deze bepalingen heeft de wetgever een uitzondering op de algemene regel van belastbaarheid van vermogen willen maken voor polissen, waarvan vast staat dat deze uitsluitend dienen als oudedagsvoorziening. De in geding zijnde polissen dienen als oudedagsvoorziening en kunnen ook niet worden afgekocht, beleend, vervreemd of tot voorwerp van zekerheid dienen. De waarde van de polissen kan dan ook niet bij de bepaling van het vermogen in de zin van art. 1.c van het Besluit in aanmerking worden genomen. Hoger beroep gegrond De raad voor rechtsbijstand te Amsterdam. mrs. J.A.E. van der Does, E. Korthals Altes, J.A.M. van Angeren
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
