ECLI:NL:RVS:2002:AE2077
Raad van State · 01-05-2002 · zaaknummer 200103568/1
Inhoudsindicatie
Slechts ten aanzien van pennenteelt en niet ten aanzien van witloftrek is sprake van teeltplanschade als bedoeld in art. 4 Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen. Besluit tot herziening van eerder aan appellante toegekende tegemoetkoming. Bij het nemen van het besluit heeft de Staatssecretaris gesteld dat er geen sprake is van teeltplanschade omdat de witloftrek een teeltproces op zich is, dat op het moment van de ramp nog niet was gestart en dat derhalve niet door de regenval op 27 en 28 oktober is verstoord. De schade ten aanzien van de witloftrek is voorts niet het onmiddellijke en rechtstreekse gevolg van de ramp, maar het gevolg van een kwantitatief en kwalitatief verminderd aanbod van witlofpennen. Appellante stelt dat de groente witlof slechts op één manier kan worden geteeld, namelijk door pennen te telen en die vervolgens aan te wenden voor de trek tot de witlofkrop. Omdat het teeltplan erop is gericht om de witlofkrop als einddoel tot stand te brengen, maken de teelt van de witlofpennen en de trek van witlof deel uit van één teeltplan, zodat appellante meent recht te hebben op een tegemoetkoming in zijn bij de witloftrekkerij geleden schade. De Afdeling is van oordeel dat, hoe nauw de samenhang tussen de teelt van witlofpennen en de witloftrek ook is, er sprake is van twee afzonderlijke groeiprocessen. In dat verband is niet van belang of de groeiprocessen bij dezelfde teler of bij verschillende telers plaatsvinden. Slechts de pennenteelt is als gevolg van de extreme regenval onomkeerbaar verstoord. Ten aanzien van de witloftrek is mitsdien geen sprake van teeltplanschade in de zin van art. 4.1.e Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (verder: de Wet). Voorts is een tegemoetkoming in schade die het gevolg is van gederfde omzet door de wetgever uitdrukkelijk uitgesloten. De Wet biedt appellante dan ook geen recht op een tegemoetkoming in de door haar bij de witloftrek geleden schade en de daarmee verband houdende kosten. Ongegrond hoger beroep. Hoger beroep van rechtbank Breda d.d. 10 januari 2001, ECLI:NL:RBBRE:2001:AB0642. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen 1.e, 4.1.e, 4.2 Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
