ECLI:NL:RVS:2002:AE1243
Raad van State · 10-04-2002 · zaaknummer 200102114/1
Inhoudsindicatie
1. Met ‘risico’s verbonden aan deelname aan het economisch leven’ wordt ook gedoeld op kosten van rechtsbijstand ter zake van procedures over bedrijfsschade als gevolg van onrechtmatig handelen van een derde. 2. Art. 12.2.e Wrb niet in strijd met art. 6 EVRM. Verzoeken om toevoeging, aangevraagd in verband met civiele procedures tegen het waterschap ter verkrijging van vergoeding van schade als gevolg van wateroverlast na extreme regenval, waardoor appellant (teler van Incarvillea-knollen) zijn bedrijfsuitoefening heeft moeten beëindigen, afgewezen op grond van art. 12.2.e Wrechtbank Gelet op de Memorie van Antwoord bij de Wrb, waarin onder meer wordt gesproken over risico's verbonden aan deelname aan het economisch leven, is duidelijk dat de woorden rechtsbijstand die betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf in art. 12.2.e Wrb niet zo beperkt mogen worden uitgelegd als appellant voorstaat. Daarmee wordt gedoeld op elke rechtsbijstand die verband houdt met het bedrijf of beroep, ook indien de behoefte aan die rechtsbijstand niet voortvloeit uit handelen of nalaten van de ondernemer zelf. Derhalve ook op kosten van rechtsbijstand ter zake van procedures over bedrijfsschade, die een gevolg is van onrechtmatig handelen van een derde. (In de zaak Kreuz/Polen, EHRM 19 juni 2001 (EHRC 2002/54)). Het Hof overwoog in de zaak Kreuz/Polen, EHRM 19 juni 2001 (EHRC 2002/54) (§ 59) dat, hoewel de uit art. 6.1 EVRM voortvloeiende verplichting om effectieve toegang tot de rechter te waarborgen, soms ook een verplichting voor de verdragsstaten kan meebrengen positieve actie te ondernemen, dit niet betekent dat er een onbeperkt recht op gratis rechtsbijstand in civiele procedures zou bestaan. Voorop gesteld zij dat in het licht van deze jurisprudentie niet gezegd kan worden dat art. 12.2.e Wrb op zich in strijd is met art. 6.1 EVRM. Mede met het oog op een financiële beheersbaarheid van het systeem van rechtsbijstandverlening moet het gerechtvaardigd worden geacht rechtsbijstandskosten in civiele procedures die voortvloeien uit beroep of bedrijf voor rekening van de ondernemer te laten. In het kader van een verantwoorde bedrijfsvoering dient deze met dit soort kosten rekening te houden en kan hij daarvoor reserveren of zich verzekeren. Een ondernemer wordt door deze bepaling niet onevenredig getroffen, noch wordt daardoor het recht op toegang tot de rechter in de kern aangetast. De raad voor rechtsbijstand te ’s-Gravenhage. mrs. C. Ligtelijn-van Bilderbeek, J.H.B. van der Meer, P.A. Offers
Advocaten
- K. Jurriëns
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
