ECLI:NL:RVS:2002:AE1241
Raad van State · 10-04-2002 · zaaknummer 200104466/1
Inhoudsindicatie
Par. 10.1 van de bijlage bij Regeling houdende vaststelling van eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen, biedt ruimte om rekening te houden met individuele factoren. Weigering afgifte verklaring van geschiktheid. De rechtbank heeft het bestreden besluit (ongegrondverklaring van het bezwaar van betrokkene A) vernietigd. Raad: Het betoog van appellant komt er allereerst op neer, dat de rechtbank ten onrechte heeft miskend dat het samenstel van de hier toepasselijke regelen meebrengt dat, nu A met het (psycho) stimulantium Ritalin wordt behandeld, hij op grond van paragraaf 10.2.2 van de regeling ongeschikt voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer moest worden geacht en hem dus een verklaring van geschiktheid moest worden geweigerd. Dit betoog faalt. In paragraaf 10.1 van de regeling wordt er van uitgegaan dat geneesmiddelen die een dempende of stimulerende werking hebben, waaronder psychostimulantia, rijgevaarlijk kunnen zijn. Dit impliceert dat zij dat niet altijd behoeven te zijn en dat er een zekere ruimte is om rekening te houden met individuele factoren. Verder is het zo, dat (paragraaf 10.2.2 van) de regeling uitgaat van de effecten van stimulantia in algemene zin, op basis waarvan ongeschiktheid voor deelname aan het gemotoriseerd verkeer wordt aangenomen. Voorzover Ritalin echter wordt gebruikt bij de behandeling van ADHD-patiënten en gelet op de bijzondere werking in dat kader, kan, ook al valt dat middel op zichzelf binnen de categorie (psycho) stimulantia, niet zonder meer worden aangenomen dat het moet worden aangemerkt als ongeschikt makend voor gemotoriseerde verkeersdeelname. Het betoog van appellant, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat afwijking van het oordeel van de keurend arts onder verwijzing naar het gestelde in paragraaf 10.2.2 van de regeling getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, faalt dan ook evenzeer. Appellant kon, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, de verklaring van geschiktheid niet weigeren enkel op de grond dat paragraaf 10.2.2 van de bijlage een avv inhoudt. Appellant diende aan te geven, waarom zij ondanks de verklaringen van de deskundigen en het advies van de keurende arts toch geen verklaring van geschiktheid heeft verleend. Ongegrond hoger beroep. Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, appellante. mrs. P.J. Boukema, H. Bekker, W. van den Brink Regeling houdende vaststelling van eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen (Stcrt. 1996) 117 2; bijlage 10.1, 10.2.2
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
