ECLI:NL:RVS:2002:AE1089
Raad van State · 13-03-2002 · zaaknummer 200103258/1.
Inhoudsindicatie
Naamswijziging minderjarige zoon houdt ten opzichte van de vader geen schending in van art. 8 EVRM, gelet op het belang van de zoon bij het voeren van de gewenste geslachtsnaam. Voornemen om de aanvraag tot wijziging van de geslachtsnaam van appellants minderjarige zoon B in “X” - de naam van de moeder - voor inwilliging in aanmerking te doen komen. Appellant doet in hoger beroep een appèl op art. 8.1 EVRM, nu met het wijzigen van de geslachtsnaam van B de banden tussen hem en B definitief zullen worden verbroken. De voorgenomen wijziging van de geslachtsnaam van B raakt niet alleen zijn eigen privé-leven, maar ook dat van zijn vader, appellant. Aan de naamswijziging kan derhalve jegens appellant het karakter van inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor het privé-leven niet worden ontzegd. Indien evenwel de bescherming van de rechten en vrijheden van derden in het geding is, kan een inmenging gerechtvaardigd zijn. Ten opzichte van appellant is B als een zodanige derde aan te merken. Bij een afweging van het belang van B bij het voeren van de gewenste geslachtsnaam tegen het belang van appellant bij het behoud van diens geslachtsnaam is terecht aan de belangen van B de doorslag gegeven. De naamswijziging houdt derhalve jegens appellant geen schending van art. 8 EVRM in. De Staatssecretaris van Justitie. mr. C. de Gooijer
Rechters
Advocaten
- A.A.H. Fuchs
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
