Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2002:AE1087

Raad van State · 20-03-2002 · zaaknummer 200103942/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. Art. 4.1 Wet tegemoetkoming schade bij rampen en ongevallen noopt tot onderzoek naar oorzaak schade (zware regenval dan wel andere oorzaak). 2. Maatregelen ter bevordering van de waterafvoer behoren tot periodiek terugkerend onderhoud en vallen niet onder bereddingskosten. Aanvraag om tegemoetkoming in lagere opbrengst van zomertarwe afgewezen. Volgens de rechtbank heeft de Staatssecretaris zich met recht op het standpunt kunnen stellen dat reeds vóór de hevige regenval sprake was van omstandigheden die een rol van betekenis hebben gespeeld bij de lagere opbrengst van de zomertarwe, zodat geen sprake is van schade die het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg is van de extreme regenval van 13 en 14 september 1998. De rechtbank heeft echter miskend dat uit de woorden “voor zover” in de aanhef van art. 4.1 Wet tegemoetkoming schade bij rampen en ongevallen (verder: de Wet) volgt dat indien andere omstandigheden, náást de zware regenval van 13 en 14 september 1998, hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de schade een tegemoetkoming moet plaatsvinden voor zover de schade het gevolg is van de zware regenval. Daartoe zal moeten worden onderzocht in hoeverre de schade is veroorzaakt door de zware regenval van 13 en 14 september 1998 dan wel door andere oorzaken en zal de schade ten gevolge van de zware regenval naar rato moeten worden vastgesteld. Nu de Staatssecretaris geen normbedrag voor zomertarwe heeft willen vaststellen omdat er andere omstandigheden zijn die van invloed zijn geweest op de schade, zonder in te gaan op de vraag in hoeverre de schade mede is veroorzaakt door de zware regenval, ontbeert het besluit op bezwaar in strijd met art. 7:12.1 Awb in zoverre een deugdelijke motivering. In de beslissing op bezwaar is ten aanzien van het betoog van appellant dat de kosten voor het plaatsen van de maaikorf moeten worden beschouwd als bereddingskosten terecht gesteld dat het bevorderen van de waterafvoer behoort tot het periodiek terugkerend onderhoud, dat dient te worden uitgevoerd ongeacht welke weersomstandigheden daaraan vooraf zijn gegaan. Daarnaast blijkt uit de wetsgeschiedenis dat onder bereddingskosten dienen te worden begrepen de kosten gemaakt ter voorkoming of beperking van de schade of de kosten op het moment dat de ramp zich heeft voltrokken of dreigt te gaan voltrekken (TK 1996-1997, 25 159, nr. 5, p. 24). Uit de stukken blijkt dat appellant de maaikorf niet heeft geplaatst in een dergelijke acute situatie. Het oordeel van de rechtbank dat deze kosten niet voor een tegemoetkoming in aanmerking komen is juist. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek Wet tegemoetkoming schade bij rampen en ongevallen 4.1 Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998

Advocaten

  • L.P.A. Zwijnenberg

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.