Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2002:AE0976

Raad van State · 03-04-2002 · zaaknummer 200101117/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 84.3 Zaaizaad- en Plantgoedwet ziet zowel op toelating van landbouwgewassen als van tuinbouwgewassen. Aanwijzing door de Raad voor het Kwekersrecht (verder: de Raad) van appellant als instandhouder van het slaras Chagall en weigering appellant te registreren als instandhouder van de slarassen Vitano en Doree de Printemps. De Raad heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de tekst van het derde lid van art. 84 Zaaizaad- en Plantgoedwet (ZPW), in onderlinge samenhang bezien met het eerste en tweede lid, de aanwijzing van instandhouders uitsluitend betrekking heeft op landbouwgewassen. Bij beslissing op bezwaar heeft de raad de aanwijzing als instandhouder van het slaras Chagall in stand gelaten, omdat anders sprake zou zijn van reformatio in peius. Afdeling: Art. 84 ZPW dwingt niet tot de door de Raad aan de beslissing ten grondslag gelegde opvatting. Het derde lid van art. 84 is in algemene bewoordingen gesteld. Een verwijzing naar het eerste lid, overeenkomend met die welke in het tweede lid is opgenomen, ontbreekt. Van een zodanig onverbrekelijke samenhang tussen de verschillende artikelonderdelen, dat daaruit zou voortvloeien dat de in het derde lid neergelegde bevoegdheid ook uitsluitend betrekking zou hebben op landbouwgewassen, is geen sprake. Dat het concept van rassentoelating ten tijde van de totstandkoming van het derde lid van art. 84 ZPW voor tuinbouwgewassen nog niet aan de orde was en eerst naar aanleiding van de totstandkoming van EG-richtlijn 70/458 actueel is geworden, staat aan een ruime uitleg van het huidige derde lid van art. 84 ZPW niet in de weg, gelet op de kennelijke bedoeling van de wetgever om de aanwijzingsbevoegdheid naar de Raad over te hevelen. Niet valt immers in te zien dat de aanwijzing van instandhouders slechts voorzover het landbouwgewassen betreft en niet waar het gaat om tuinbouwgewassen een taak betreft die meer in de lijn van de Raad ligt. De Raad voor het Kwekersrecht. mrs. P. van Dijk, J.A.W. Scholten-Hinloopen, W. van den Brink

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.