ECLI:NL:RVS:2002:AE0921
Raad van State · 19-03-2002 · zaaknummer 200200786/1
Inhoudsindicatie
Het stellen van termijn voor indienen beroepsgronden doet niet af aan bij de wet gestelde beroepstermijn. Afwijzing aanvraag tot verlening van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Gelet op de datum waarop het besluit aan appellant in persoon is uitgereikt, is de termijn voor het instellen van het beroep ingevolge het bepaalde in art. 69.2 Vreemdelingenwet 2000, gelezen in samenhang met art. 6:8.1 Awb, geëindigd op 22 januari 2002 om 24.00 uur. Appellant heeft de gronden van het beroep vóór het einde van de beroepstermijn ingediend. Dat de door de rechtbank geboden hersteltermijn, als bedoeld in art. 6:6 Awb, op dat moment was verstreken, kan onder die omstandigheden niet tot het oordeel leiden dat dat te laat is gebeurd. Bij het stellen van een zodanige termijn kan niet worden afgedaan aan de bij wet voor het instellen van beroep gestelde termijn. De rechtbank heeft dit miskend. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. Zaak teruggewezen naar de rechtbank De Staatssecretaris van Justitie. mrs. R.W.L. Loeb, B. van Wagtendonk, T.M.A. Claessens
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
