ECLI:NL:RVS:2001:AD8822
Raad van State · 19-12-2001 · zaaknummer 200103469/1
Inhoudsindicatie
Wet geluidhinder bevat uitputtende regeling inzake bescherming tegen verkeers-geluidhinder. Planvoorschrift kan derhalve geen actieve, afdwingbare verplichting bevatten om geluidsbelasting van weg terug te dringen. Dwangsomaanschrijving tot de Staat der Nederlanden tot het treffen van zodanige maatregelen aan en langs de A1 te Hengelo, dat alsnog wordt voldaan aan de ingevolge art. 3 van de planvoorschriften maximaal toegestane geluidsbelasting. Ingevolge art. 3.h planvoorschriften zijn de gronden onder meer bestemd voor een dubbelbaans autosnelweg met dien verstande dat ten aanzien van bestaande woningen voldaan moet worden aan de in de Wet geluidhinder vastgestelde maximaal toegelaten geluidsbelasting. Ingevolge art. 3.B.1 is het verboden gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. Nog daargelaten of art. 10.1 WRO niet reeds in de weg staat aan het opnemen van geluidnormen in een bestemmingsplan, kan er niet aan worden voorbij gezien dat de Wet geluidhinder, anders dan B&W betogen, een uitputtende regeling bevat ten aanzien van de bescherming tegen de hier bedoelde geluidhinder, nu deze wet voorziet in zonering van geluidhinder rond wegen in bestaande situaties, nieuwe situaties en bij reconstructie. Ingevolge het bepaalde in art. 76 van de wet vindt deze zonering plaats in het kader van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan. Nu de afstemming met het bestemmingsplan op deze wijze is geregeld, kunnen in het plan ter zake geen verdergaande gebruiksvoorschriften worden opgenomen. Dat brengt met zich dat het voorschrift van art. 3.h, laatste volzin, wil het verbindend zijn, zo moet worden gelezen dat het geen actieve, afdwingbare verplichting bevat om de geluidsbelasting van een aangelegde weg terug te dringen of te houden op een bepaald niveau dan wel om periodiek die geluidsbelasting opnieuw te onderzoeken. De rechtbank heeft derhalve, in haar uitspraak van 30 mei 2001 inzake no. 00/1002 GEMWT H1 A,ECLI:NL:RBALM:2001:AB2052,met juistheid overwogen dat B&W niet handhavend konden optreden, zoals zij hebben gedaan. 1. burgemeester en wethouders van Hengelo, 2. de Staat der Nederlanden en de Minister van Verkeer en Waterstaat, appellanten. mrs. P. van Dijk, R.W.L. Loeb, J.H.B. van der Meer Awb 5:21 Wet geluidhinder 76 Wet op de Ruimtelijke Ordening 10.1 Bestemmingsplan "Rijksweg 1, gedeelte Buren-Hengelo Oost": gemeente Hengelo 3.h, 3.B.1
Advocaten
- D. van der Gugten
- G.A. van der Veen
- H.E.M. Wolsink
- H.J.M. Besselink
- J.A.M. van der Velden
- J.H. Winters
- R. Kippers
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
