Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AD5936

Raad van State · 26-09-2001 · zaaknummer 200005091/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vanaf het moment dat de aanspraak op de uitkering is ontstaan, is de werknemer in het genot van een uitkering, als bedoeld in art. 102.1.b ISOVSO. Vermindering rijksvergoeding op grond van art. 102.1.b ISOVSO wegens het benoemen van personeel met voorbijgaan aan een eigen wachtgelder. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich in de betrokken periode niet heeft voorgedaan. Daartoe heeft zij geoordeeld dat een redelijke wetsuitleg met zich brengt dat een dergelijke vermindering van de rijksvergoeding slechts mogelijk is indien de betrokken werknemer in de van belang zijnde periode daadwerkelijk een uitkering als in art. 102.1.b ISOVSO omschreven, heeft ontvangen. Art. 102 ISOVSO is, aldus de ABRS, erop gericht de positie van werkloos onderwijspersoneel te verbeteren en beoogt te voorkomen dat het Rijk komt te staan voor uitgaven die niet strikt noodzakelijk zijn. De door de rechtbank voorgestane uitleg van art. 102.1.b ISOVSO is hiermee onverenigbaar en doet afbreuk aan het dwingende karakter van deze bepaling. Deze uitleg heeft immers tot gevolg dat - gelet op de tweede in art. 102.1.b opgenomen constitutieve voorwaarde om tot vermindering van de rijksvergoeding over te gaan - de datum waarop door de betrokken werknemer een uitkeringsaanvraag is ingediend en in het verlengde daarvan het moment waarop de uitkeringsinstantie een beslissing neemt, van doorslaggevende betekenis zijn voor de mogelijkheden van appellant om wegens het niet naleven van de zogenoemde eigen wachtgelders-bepalingen een bedrag op de rijksvergoeding in mindering te kunnen brengen. Op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel heeft een werkloos geworden werknemer recht op uitkering indien aan de in dit besluit genoemde voorwaarden is voldaan. Gelet hierop en het vorenoverwogene in aanmerking nemende, moet het ervoor worden gehouden dat indien, zoals in dit geval, aan de betrokken werknemers door de uitkeringsinstantie met terugwerkende kracht een uitkering is verstrekt, deze werknemer vanaf het moment dat de aanspraak op de uitkering is ontstaan in het genot is van een uitkering, als bedoeld in art. 102.1.b ISOVSO. In dit geval was - op andere gronden dan de rechtbank heeft overwogen - geen plaats voor vermindering van de vergoeding op grond van evengenoemd artikel. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, appellant. mrs. J.H.B. van der Meer, E.M.H. Hirsch Ballin, P.A. Offers Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (ISOVSO) 102.1.b, 102.7 Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel hoofdstuk I-P

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.