Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AD5922

Raad van State · 31-10-2001 · zaaknummer 200004239/1

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Anticipatie. Urgentie. In dit geval is het belang van de reductie van de CO2-uitstoot dat is gediend met het oprichten van zes windturbines niet zodanig urgent, dat dit toepassing van de anticipatieprocedure rechtvaardigt. Bouwvergunning en vrijstelling (19 WRO oud) voor het oprichten van zes windturbines met een hoogte van ongeveer 84 meter met aanhorigheden op gronden met de bestemming "agrarische doeleinden onbebouwd" en "agrarische doeleinden/groenvoorziening". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan en maakt een ingrijpende inbreuk op het bestaande planologische regime. Het planologisch kader waarop wordt vooruitgelopen is voldoende. In dit geval is de urgentie van het bouwplan gelegen in de wens om een bijdrage te leveren aan het door het Rijk gevoerde beleid om de CO2-uitstoot te reduceren en het gebruik van duurzame energie te bevorderen. In dit kader heeft het Rijk in 1991 een bestuursovereenkomst gesloten met de windrijke provincies. De provincie Noord-Holland heeft hierbij de inspanningsverplichting op zich genomen om tot het jaar 2000 ruimte te bieden aan een opgesteld vermogen van 250 megawatt. Het bouwplan is van belang voor dit rijksbeleid. Genoemde bestuursovereenkomst heeft echter eerst in oktober 1996 geresulteerd in de "Windmolennotitie Wester-Koggenland". Een wijziging van het bestemmingsplan die de bouw van het windmolenpark mogelijk zou maken, is vervolgens pas in 1998 ter hand genomen. Niet valt in te zien dat, nu het bestemmingsplan de bouw niet toestond en reeds in 1991 voormelde bestuursovereenkomst is afgesloten, niet eerder een wijziging van het bestemmingsplan in procedure had kunnen worden gebracht. Verder wordt in aanmerking genomen dat het bouwplan niet alleen een ingrijpende inbreuk vormt op het bestaande planologische regime, doch ook een grote aantasting van het bestaande karakteristieke open polderlandschap tot gevolg zal hebben. Indien hierbij in ogenschouw wordt genomen dat ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar het ontwerp van een nieuw bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van het windmolenpark, reeds ter inzage had gelegen, kan niet worden geconcludeerd dat het belang van de reductie van de CO2-uitstoot dat is gediend met het bouwplan, zodanig urgent is, dat dit toepassing van de anticipatieprocedure rechtvaardigt en dat de uitkomst van de bestemmingsplanprocedure niet had kunnen worden afgewacht. B&W konden na afweging van alle betrokken belangen, niet in redelijkheid komen tot de beslissing tot toepassing van de anticipatieprocedure. Bevestiging, met verbetering van gronden, van uitspraak president rechtbank Alkmaar van 16 juni 2000 inzake no's 00/726 t/m 00/729, 00/750 en 00/751, ECLI:NL:RBALK:2000:AA7121. Burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland, appellanten. mrs. A. Kosto, C.A. Terwee-van Hilten, J.A.W. Scholten-Hinloopen

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.